TedvLieshout

Ted van Lieshout was te gast bij De Literaire Salon van Genius op 28 januari jl. in Bar Bump.

Van Lieshout beschrijft in Mijn meneer een pedoseksuele ervaring uit zijn kindertijd. De, autobiografische, ik-figuur in het boek bedient zich van de taal van een kind. De overige personages spreken zoals je tegen een kind spreekt. Van Lieshout maakt het onderwerp pedoseksualiteit hiermee heel invoelbaar. Geen analytische en/of rationele benadering vanuit de volwassene, maar de gevoelens, aarzelingen, angsten, interpretaties en plicht- en schuldgevoelens van een kind komen aan bod. De vrijwillige onvrijwilligheid die in het toegeven aan de toenadering van ‘zijn meneer’ ligt opgesloten wordt zowel vlijmscherp als subtiel belicht. De kleine Ted vraagt zich voortdurend af of hij het wel wil, hoeveel hij wil en of hij het niet verplicht is aardig te zijn voor die meneer die ook zo aardig is voor hem. Voor de buitenwereld geneert hij zich, en tegelijkertijd vraagt hij zich af waarom.

En omdat je er als kind nergens mee naar toe kunt, met dit onbespreekbare onderwerp, -dat voelt de ik-figuur ook wel- praat hij met Maria, een beeldje in een kapelletje langs de weg. Aan haar legt hij zijn ziel bloot. En zo zien we, zonder beperking wat er in hem omgaat. Tegen de Heilige Maria kun je immers alles zeggen! Al is hij soms bang dat zelfs zij haar geheimhoudingsplicht zal schenden.

Nergens ontbreekt het acute conflict en de noodzaak dat op te lossen. Schrijven vanuit het perspectief van het kind blijkt een onvermijdelijke keuze bij dit onderwerp.

Van Lieshout maakt geen enkele haast in het boek. Als lezer denk je wel eens: schiet een beetje op. Maar je beseft ook: dat kan niet. De ontwikkeling van die relatie gaat stapje voor stapje, dat kost tijd. Aan beide kanten.

Dit tempo wordt ook veroorzaakt door het feit dat ‘mijn meneer’ zijn avances langzaam opbouwt. Het is lief en sluw tegelijk. Van Lieshout heeft weliswaar mede de bedoeling de populistische ongenuanceerdheid die heden ten dage het thema van pedoseksualiteit beheerst, te lijf te gaan, maar schuwt tegelijkertijd in het geheel niet de rol die de volwassene in deze relatie speelt en de (over)macht die hij hierbij hanteert: kadootjes, speelgoed, en niet in de laatste plaats het tempo: niet te snel, anders loopt het kind geschrokken weg, met alle consequenties van dien.

Is ‘mijn meneer’ een aardige man of een sluwe crimineel? Had de moeder het kunnen/moeten zien? Heeft het feit dat er geen ‘schandaal’ ontstaan is, een gunstige invloed gehad op de getraumatiseerdheid van het kind? Er zijn veel lagen en veel vragen in dit boek.

 

Van Lieshout heeft een indringend boek geschreven. Door de kindertaal en de rijke woordenvloed lijkt het eenvoudig, maar regelmatig terugdenkend aan dit boek na lezing drong de werkelijke diepte en draagwijdte tot me door. Dit is dus een knap boek!

 

Tot slot: in de literatuur heeft men het altijd over de openingszin van het verhaal. Van Lieshout verdient een prijs voor de slotzin!:

 

(Tedje biecht zijn zonden op aan het mariabeeld):

 

…..’Verder nog iets?’

‘Nee’ zei ik. ‘Jawel. Ik heb meneer in de steek gelaten.’

‘Ga heen en bid één Onzevader en drie Weesgegroetjes.’

‘Volgens mij zou u dat nooit zeggen als u echt bestond.’

‘Wat zou ik dan wel zeggen?’

‘Dat weet ik niet. Waarschijnlijk niets’

‘Waarom praat je dan tegen me?’

‘Omdat er niemand anders is.’

‘Ik ben er altijd.’

‘Ik ook.’

 

Ad van der Zanden

Genius - Netwerk van LGBT+ Professionals | © 2016 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Genius staat geregistreerd onder KvK nummer 40240282
Vestigingsadres (alleen voor correspondentie): Landmeterstraat 18 2645KH te Delfgauw
Voor financiën: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.