VernietigingVanSodomGenius houdt eind november een bijeenkomst over Homoseksualiteit en Religie. Voor christenen en islamieten die voor de mannenliefde gaan, vormen bronnen van deze religies een probleem. Joodse wetten in het Oude Testament verbieden dit immers en de geschiedenis van Sodom figureert traditioneel als een zeer aansprekend bewijs dat de God van de joden uit het Oude Testament homoseks afkeurt. Vermoedelijk zou Jezus, uit het Nieuwe Testament, zich er nauwelijks druk om hebben kunnen maken.
Toch ging het in Sodom om een heel andere kwestie, die niets met homoseksualiteit van doen had. Dat werd een halve eeuw terug door Sherwin Bailey aangetoond en ik schreef 25 jaar terug daar een beknopt artikeltje over. Het laat zien hoe culturele en politieke herinterpretaties pas veel later van deze stad een oord van sodomieten maakten, om de Hellenistische cultuur waar dit mocht in diskrediet te brengen, om de eigen joodse identiteit te versterken en zo de joodse mannen die van seks met mannen hielden te marginaliseren. 

SODOM ZONDER SODOMIETEN


Homoseksueel gedrag is niet altijd door christenen veroordeeld. Pas vanaf de 12e eeuw worden de scherpe morele afkeuring van dat gedrag in die kringen gangbaar. De kerkelijke maar ook de niet-kerkelijke veroordelingen worden dan met een beroep op passages uit het Oude testament gelegitimeerd. De gewoonte om de verderfelijkheid van homoseksueel gedrag te staven met een verwijzing naar de geschiedenis van Sodom illustreert dat. Aan die bijbelepisode hebben we zelfs de naam 'sodomieten' overgehouden als een aanduiding van mannelijke homoseksuelen. Ook nu nog wordt de verwerpelijkheid van homoseksueel gedrag onderstreept door te verwijzen naar de Sodomgeschiedenis.
Zó vanzelfsprekend is die verwijzing naar Sodom echter niet. Sherwin Bailey toonde 25 jaar geleden reeds aan dat het morele oordeel over homoseksueel gedrag – zoals dat in die geschiedenis gelezen wordt – op een ongebruikelijke, zo niet onjuiste interpretatie en vertaling van de oorspronkelijke hebreeuwse tekst berust. Uit die tekst volgt geen morele veroordeling van homoseksualiteit, tenzij ... inderdaad tenzij men om de een of andere reden in die episode iets wil lezen dat er niet zonder meer staat. Calvijn was daar bijzonder sterk in, en het is de vraag of de doorsnee christenen van nu met een aversie tegen homoseksualiteit zich van hem zullen willen onderscheiden. De Groot Nieuwsbijbel waar de cruciale passages 'in de omgangstaal' nog tendentieuzer zijn vertaald, zal dat zeker niet stimuleren. Daarom is het de moeite waard om te laten zien waarom die veronderstelde vingerwijzing van hoger hand inzake homoseksueel gedrag op een millennia-oud misverstand berust.

De beruchte Sodomgeschiedenis in Genesis 18 en 19 beschreven, verhaalt ons van engelen die in de gedaante van mannen, die te gast zijn bij Lot. 's Avonds omsingelen de mannen van Sodom het huis van hem en roepen tot Lot: "Waar zijn de mannen, die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen bij ons buiten opdat wij met hen gemeenschap hebben." Of, uitgedrukt in de 'omgangstaal' van de Groot Nieuws Bijbel: "Lot, waar zijn de mannen die vannacht bij je gekomen zijn? Breng ze naar buiten. Wij willen met ze slapen!" (Genesis 19:5-6). Lot weigert, biedt zijn twee dochters aan, en benadrukt dat zij twee gasten geen kwaad mag worden gedaan. Deze weigering wordt door de mannen van Sodom hoog opgenomen, niet in de laatste plaats omdat zij zichzelf niet de les willen laten lezen door Lot, die nota bene zelf als oorspronkelijk ook vreemdeling in hun stad permanente gastvrijheid geniet. Zij bedreigen Lot maar de gasten van Lot trekken hem tijdig het huis weer binnen. Doordat de engelen de inwoners van Sodom met blindheid slaan, worden Lot en de zijnen gespaard. De volgende dag, nadat Lot met vrouw en dochters vertrokken zijn op aandrang van de twee engelen, worden Sodom en Gomorra door een regen van 'zwavel en vuur' volledig verwoest. Archeologische onderzoekingen hebben uitgewezen dat de vernietiging van deze steden omstreeks 1900 voor Christus moet hebben plaatsgevonden.
Deze geschiedenis is medebepalend geweest voor de kerkelijke en niet-kerkelijke veroordeling van homoseksueel gedrag. Immers, toen was reeds gebleken dat deze seksuele handelingen de toorn van de hoogste macht opwekken en dat dit kan leiden tot de ondergang van hele gemeenschappen. Dat homoseksueel gedrag gangbaar was in Sodom is voor velen buiten kijf en dat werd in die geschiedenis nog een treffend geïllustreerd door het feit dat de mannelijke inwoners van Sodom seksuele gemeenschap wilden met de twee gasten van Lot.

Ten onrechte is deze morele afkeuring, nu en in het verleden, gebaseerd op de Sodomgeschiedenis. Dit is door Bailey's filologisch onderzoek overtuigend aangetoond.
Bestudering van de oorspronkelijke hebreeuwse tekst maakt al snel duidelijk dat hier op zijn minst sprake is van een ongebruikelijke interpretatie en vertaling. We zien dat in Genesis 19 voor de cruciale term 'gemeenschap hebben', de term 'yàdha' ' wordt gebruikt. Deze term kàn vertaald worden met de betekenis van 'gemeenschap hebben' in de seksuele zin des woord, maar het is zeker niet gebruikelijk in het Oude testament om dat zo te doen. In dit deel van de bijbel wordt de term 'yàdha' ' in totaal 943 keer gebruikt en in bijna alle gevallen als 'leren kennen' in de betekenis van 'kennismaken met'. Slechts twee keer wordt deze term in een context gebruikt die twee interpretaties toelaat maar waarbij in de vertaling gekozen is voor een homoseksuele interpretatie. Wanneer we deze twee betwistbare passages ( Genesis 19:5-6; Richteren 19:20) buiten beschouwing laten, valt op dat wanneer de term 'yàdha' ' in een seksuele betekenis wordt gebruikt - slechts 15 keer in het Oude testament – deze term altijd benut wordt om een heteroseksuele coïtus aan te duiden. De overige 926 keer wordt 'yàdha' ' alleen gebruikt in de betekenis van kennismaken met, in de niet-seksuele zin des woords.
Omdat in het hele verhaal alleen in de genoemde dubbelzinnige passage door middel van de term 'yàdha' ' verwezen kan worden naar homoseksueel gedrag, wekt het wel verbazing dat voor deze nogal ongebruikelijke vertaling gekozen is. Die interpretatie wordt op geen enkele andere wijze ondersteund. Het verrast des te meer omdat wanneer het daar inderdaad om homoseksuele handelingen gaat, men dat ondubbelzinniger had kunnen aanduiden. In het Oude Testament wordt namelijk de term 'shàkhabh' in verband met seksuele handelingen vijf keer zoveel als 'yàdha' ' gebruikt, soms om een heteroseksuele coïtus aan te duiden, maar meestal om te verwijzen naar homoseksuele of bestiale vormen van geslachtsverkeer. Vrijwel altijd wordt de term 'shàkhabh' gebruikt om de zondige vormen van seksueel verkeer aan te duiden terwijl die negatieve connotatie bij 'yàdha' ' opvallend ontbreekt.
Welke conclusies mogen we uit bovenstaande bevindingen trekken?
Hoewel op voorhand niet behoeft te worden uitgesloten dat de mannen van Sodom homoseksuele handelingen verrichtten en dit misschien met de gasten van Lot voorhadden, kan dit noch uit de gehele tekst noch uit de betreffende term worden afgeleid. 'Yàdha' ' heeft immers bijna altijd wanneer hij wordt gebruikt een niet-seksuele betekenis. In de paar passages waar die term dat wel heeft de term refereert hij aan de heteroseksuele vorm van geslachtsgemeenschap. Bovendien zou met de term 'shàkhabh' de plannen van de Sodomieten ondubbelzinniger zijn aangeduid, als zij de veronderstelde homoseksuele voornemens hadden gehad.
Daarom ligt het meer voor de hand om aan te nemen dat de mannen van Sodom op die bewuste avond wilde weten wie de gasten van Lot waren dan dat zij seksuele bedoelingen voorhadden. Hoewel door enkele christelijke auteurs erkend is dat de seksuele interpretatie en vertaling ver gezocht of onjuist is, betekende dit niet altijd dat zij de homoseksuele connotatie van de Sodomgeschiedenis afwezen. Calvijn bijvoorbeeld, erkende in zijn commentaar op de kwestie dat de term 'yàdha' ' in de niet-seksuele betekenis opgevat moest worden, maar hij schroomde niet om tegelijkertijd te stellen dat onder het valse voorwendsel van een kennismaking de mannen van Sodom wel degelijk op seksuele handelingen met Lots gasten uit waren. Waar hij die bijzondere kennis over de verborgen motieven van hen op baseert maakt hij niet duidelijk.
Bovenstaande argumenten en het feit dat nergens in het Oude testament op de plaatsten waar homoseksuele gedrag expliciet veroordeeld wordt, verwezen wordt naar de Sodomgeschiedenis, maken de homoseksuele interpretatie en een daartoe strekkende vertaling – later in het Grieks, het Romeins en wellicht inmiddels zelfs in het Esperanto - moeilijk verdedigbaar. Uitgaande van de tekstanalytische gegevens mogen we concluderen dat uit de oorspronkelijke bron niet blijkt dat in Sodom homoseksueel gedrag gangbaar was, dat de mannen van Sodom dit voorhadden met de gasten van Lot, noch dat onder meer om deze reden Sodom verwoest werd. Die interpretatie moet dus ergens anders vandaan komen en een latere toevoeging zijn.

VuylighedenIeghensDerNatureMag de tekstanalytische weerlegging van de gangbare homoseksuele lezing van de Sodomgeschiedenis afdoende zijn, toch blijven er nog enige vragen onbeantwoord. Waarom moest, als het alleen maar om een kennismaking zou gaan, dit met zoveel manschappen afgedwongen worden, en waarom zou Lot zich zo halsstarrig tegen een kennismaking verzetten? En, waarom zou hij als een genoegdoening voor de afwijzing van een kennismaking, het seksuele gebruik van zijn dochters aangeboden hebben? – op de keper beschouwd een allesbehalve adequaat aanbod voor mannen met homoseksuele bedoelingen.
Bailey's verklaring van Lots handelwijze, die tevens de weerlegging van de homoseksuele interpretatie onverlet laat, komt op het volgende neer. Hij stelt dat indertijd bij veel volken in het Nabije Oosten legende bekend waren die dezelfde strekking hadden als de Sodomgeschiedenis. Volgens die legenden werd een stad door een ramp getroffen nadat vreemdelingen in die stad de nacht hadden doorgebracht bij arme of uitheemse stadsgenoten. Die ramp voltrok zich omdat de inwoners van die steden zondig leefden en daardoor de toorn van een hogere macht over zich afriepen. Nooit wordt volgens Bailey gedoeld op zonden van seksuele aard – het gaat altijd om het schenden van de regels van de gastvrijheid: een handelwijze die toen – maar ook nu nog – als een zware morele overtreding gold. Vanuit deze achtergrond is het begrijpelijk dat vreemdelingen die te gast zijn bij een uitheemse stadsgenoot door de inwoners met de nodige argwaan worden bekeken. De speciale belangstelling van de mannen van Sodom en hun aandringen op een kennismaking met de gasten van Lot is dus wel begrijpelijk. Bovendien is het niet onredelijk om te veronderstellen dat Lot, als vreemde, bij het herbergen van vreemdelingen aan speciale verplichtingen moest voldoen om zo de inwoners van de stad tegen het legendarische onheil te beschermen. Lot zou zich aan dergelijke verplichtingen ontrokken kunnen hebben. Hij had daardoor niet alleen de angst versterkt bij zijn stadsgenoten, maar haalde 's avonds bovendien zich de woede op de hals door alsnog een kennismaking te weigeren. Door de felle reactie van zijn medeburgers besefte Lot dat hij over de schreef gegaan was, en wellicht meende hij hen schadeloos te kunnen stellen door hun zijn dochters aan te bieden.
Hoewel speculatief van aard kan deze verklaring van Lots aanbod en het gegeven dat bij géén van de andere, met de Sodomgeschiedenis vergelijkbare legenden, ooit met de zondigheid gedoeld wordt op (homo-)seksuele zonden, de eerder getrokken conclusie ondersteunen dat het bijbelse Sodom een Sodom zonder Sodomieten was.

Pas in het Nieuwe testament worden door sommige auteurs het wel en wee van Sodom en Gomorra aangehaald om te laten zien dat het toegeven aan bepaalde seksuele verlangens verschrikkelijke gevolgen kan hebben. De herinterpretatie van de Sodomgeschiedenis vindt ongeveer 2000 jaar nadat deze stad verwoest is plaats. De homoseksuele connotatie van deze episode wordt namelijk tegen het einde van de eerste eeuw na Christus duidelijk, wanneer in de brieven van Petrus en Judas op de (homo-)seksuele aard van de zonden van de inwoners van Sodom toespelingen worden gemaakt. De gelegenheid hiervoor is echter wel vanaf de tweede eeuw voor Christus geschapen doordat in de verschillende joodse geschriften, de zonden van de inwoners van Sodom en Gomorra herbeschreven worden als zonden tegen de natuur. Hoewel hiermee gedoeld werd op zonden als heteroseksueel overspel of op de seksuele omgang tussen joden en niet-joden, bood deze formulering wel de mogelijkheid voor een latere specifiek homoseksuele interpretatie. Met name een exegetische bijdrage van Philo van Alexandrië ( 1e helft, 1e eeuw) was veelzeggend: hij stipuleerde uitdrukkelijk dat de term 'yàdha' ' in Genesis 19:5-6 begrepen moest worden in de betekenis van een homoseksuele coïtus. Daarmee bracht hij wel onder woorden wat al gedurende twee eeuwen de gebruikelijke joodse opvatting was over de zonden van de inwoners van Sodom, maar pas aan het einde van de eerste eeuw na Christus werd dit als een vaststaand gegeven geaccepteerd.
Bailey doet de suggestie dat deze geschiedenisvervalsing opnieuw ingegeven werd door het streven om de eigen joodse identiteit tegen invloeden van elders in bescherming te nemen. Door Sodom als symbool van zondigheid en in het bijzonder van homoseksuele zondigheid voor te stellen, kon de Hellenistische cultuur – waarvan het permissieve karakter ten aanzien van homoseksualiteit algemeen bekend was – op een gezaghebbende wijze in diskrediet worden gebracht.
Het resultaat van deze ontwikkeling is beslissend geweest voor het feit dat op volkomen oneigenlijke gronden, het tragische verloop van Sodom één van de belangrijkste steunpilaren werd waarop in de West-Europese samenlevingen de kerkelijke en niet-kerkelijke veroordeling van homoseksueel gedrag werd gebaseerd. Deze steunpilaar nu nog benutten om homoseksueel gedrag te veroordelen komt neer op inspelen op collectieve onwetendheid en getuigt van kwade trouw.

[1] Bailey, D.S., Homosexuality and the Western Christian Tradition, London 1955.

Genius - Netwerk van LGBT+ Professionals | © 2016 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Genius staat geregistreerd onder KvK nummer 40240282
Vestigingsadres (alleen voor correspondentie): Landmeterstraat 18 2645KH te Delfgauw
Voor financiën: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.